Stellingen


Stellingen 8-Staal  Stellingen 6-Veld


Stellingen

De stellingen zijn het zelfde als bij de Grebbeberg, een hoofdweerstandslijn dat bestond uit een voorste lijn, oftewel de frontlijn, met daarachter een tweede lijn, de stoplijn. Echter door een te kort aan manschappen, zijn vele stellingen niet bezet geweest, of is hun functie veranderd.

Zo is de voorpostenlijn aan het riviertje de Raam geplaatst. Van daar uit moesten zij de hoofdstelling waarschuwen en de bruggetjes opblazen. Vaak waren het niet meer dan groepen van een sectie, die al in de "hoofdstelling"lag. Deze groepen moesten na het waarschuwen en opblazen direct terug naar de hoofdstelling en hun positie daar innemen.

 

Voorposten aan de Raam bij St Hubert en boven nabij kasteel Tongelaar

De hoofdstelling bestond vaak alleen uit de kazematten aan het kanaal, met de overige troepen direct bij de kazemat. Alleen op sommige plaatsen, zoals bij de rune Kapelhof, direct bij de sectie Bleeker, aan de weg bij het Pannenhuis en enkele stukken bij de Graafseweg, was de hoofdstelling bezet. Vaak niet meer dan een groep in een sectie (peloton) opstelling, of een sectie in een compagnievak.

Mitrailleuropstelling bij Jillissen in de schuur

Ook de commandoposten waren vaak niet de eigenlijke. Zo werden enkele compagnieposten niet gebruikt, simpelweg omdat er geen personeel voor was, of te ver van de kazematten af lagen.

(foto uit archief van Sporen van de Oorlog)

Commandopost MC-I-3RI aan de Koestraat na de gevechten.

Wat was de reden? Doordat 2/3 van het regiment, dat het normale vak moest vullen, weg getrokken was voor actie aan het front van de Vesting Holland. De achtergebleven troepen, een bataljon, waren nog steeds van mening, dat de rest van het bataljon terug zou keren. Het bataljon moest voor 24 uur oponthoud zorgen, zodat de rest van het regiment terug kon. Echter het bataljon was hiervan niet op de hoogte, alleen de commandant. Daarom zat in elk bataljonsvak een compagnie, in een compagnievak een sectie..... Gevolg te weinig manschappen voor een langdurige, sterke verdediging.

Zo werd de dunne kazematten lijn met het kanaal, de hoofdweerstand. Hoe gevaarlijk dit was, bleek wel uit het feit, dat door het ruimen van de kazematten in het 1-3RI vak, de lijn doorbroken was. Een ander gevolg was, dat de Duitsers de loopgraven gebruikten op de stellingen gedekt van achteren te kunnen naderen. de gevolgen waren, dat de Nederlanders op vele plaatsen verrast werden. Echter doordat de Duitsers niet konden ontplooien, hebben zij niet het volledige effect gehad.

De stellingen bestonden vaak uit hout, zand, gaas, zandzakken en zoden. De manschappen moesten deze zelf graven en al gauw had men of graaf of timmer dienst. Zo werden er op verschillende locaties planken gezaagd en met carboleem ingesmeerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stelling bij Langenboom

 

 

 

 

 

 

Opstelling voor lichte mitrailleur in de hoofdstelling

De afstand tussen de kazematten en de voorste loopgraaf was vaak tussen de 100 en 300 meter. De stelling werd beschermd tegen direct aanvallende troepen door een mijnenveld en prikkeldraad versperring. deze lag tussen de kazematten en de hoofdstelling.

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 


Gastenboek E-mail